dinsdag 6 juni 2017

Ik zat in't verzet.

"Ach mafkees, toen was je nog niet eens geboren."

Klopt! Maar ik bedoel ook niet tegen de Duitsers,
maar tegen de kerk.
Zeker zo heftig!

De "mof" was duidelijk, uiterlijk herkenbaar (aan uniform, symbolen, wapens). 

Een onpersoonlijke indringer. Een bezetter, onderdrukker, moordenaar. Een gevaar. Terreur. Apocalyps.

Óns verzet was daarnaast ook nog tegen hen
die we lief hadden en hebben, zoals
ouders, broers, zussen, familie, bekenden, soms vrienden, kennissen of
die we voor lief namen, zoals
onze buurten, verenigingen, gemeenschappen, soms het hele dorp.

Ik denk dat ik een jaar of 10, 11 moet zijn geweest.
Het begon erg simpel en praktisch.
We moesten elke zondag naar de kerk. Met heel veel tegenzin.
Op de enige vrije dag, (zelfs op zaterdagochtend moesten we nog naar school.)
moest er weer wat gedaan worden wat verplicht, suf en saai was. 
En natuurlijk vroeg. Vroeg. Altijd vroeg. Waarom toch altijd zo vroeg? 
Hebben gelovigen geen leven?

Het was dus simpel kut en wat was het nut?
Dus dat we "waarom?" gingen vragen was niet enkel idealistisch, verheven, revolutionair. We hadden ook simpel geen zin. Hallo, ik was krap elf.

MAAR ook
de tijd (jaren 60) was rijp voor "waarom?"

"Waarom moet ik elke zondag naar de kerk?"
"Daarom!"
was het antwoord.
Al eeuwen!
Maar
"vanaf nu" namen we met dit antwoord geen genoegen meer.
En dat ging niet "zonder slag of stoot".
Hele gezinnen werden uit elkaar gescheurd.
(Oftewel op z'n Brabants: "dan is de leut er snel af!")

Voor je het wist was je de rare, schlemiel van de familie, de "outlaw" van het dorp, een vogelvrije, een uitzondering.
Je moest stevig in je schoenen staan om die enorme sociale druk te kunnen weerstaan.
"Maar het moest!"

Natuurlijk kon ik simpel blijven zwijgen, meedoen, "sociaal wenselijk gedrag vertonen", toneel spelen tegen beter weten in.

Best lastig hoor;
één moment van onoplettendheid en iedereen sprong op je als gieren op een kadaver.
Maar ik zag zoveel door onzin veroorzaakt onrecht dat er voor mij niets anders op zat.
En ik was een slechte toneelspeler.
Echt ik deed m'n best: "Niet reageren! Niks zeggen! Hou nou je kop!", zei ik in mijn hoofd tegen mezelf.
Kneep in m'n handen, beet op m'n lippen, draaide me om.
Dat koste veel energie. Ik stond al in't rood, dus
werd er tijdens zo'n zelfcontrolepoging iets gezegd of gedaan,
had ik geen reserve meer en besefte dat ik al gereageerd hád, "voorikkutwist"
En dan is't te laat.

Dat verzet ging echt niet alleen om bijvoorbeeld kindermisbruik.
We WISTEN toen niet eens dat het er was. Zeker niet op zo'n grote schaal.
Iederéén werd door de clerus misbruikt, onderdrukt.
Kinderen én volwassenen. Geestelijk én lichamelijk.
Hoewel lijfstraffen steeds minder werden, heb ik nog wel met een liniaal op m'n vingers gehad. Mijn moeder kreeg nog publiekelijk op haar billen met een rietje.

Op de HBS heb ik het Boek Genesis nog over moeten schrijven.
Dat lijkt geen lijfstraf, maar de eeltknobbel op m'n middelvinger van het schrijven is na 50 jaar nog steeds zichtbaar.
OK, ook een beetje m'n eigen schuld. Ik dacht slim te zijn. "Hij leest dit echt niet na"
maar dat deed die godsdienstleraar dus mooi wél. Hij ontdekte dat ik stukken had overgeslagen. Voor straf moest ik het Boek Genesis twéé keer overschrijven.

Als eenlingen ontdekken dat ze niet alleen zijn, worden ze sterk.
We werden een ware plaag. Voor kerk en staat.
(Bijna een soort religieuze groepering. Het blijf oppassen met groepen) 
Als straf, geweld, moord niet blijken te helpen, gaan ze slijmen.
De kerk verzon van alles
(niet WAT, maar HOE is wat telt)
om de jeugd in de kerk te houden met "tienermissen" en organisaties als Pax-Christie, maar het hielp niet.
Oh, het werd er wel wat leuker door om naar de kerk te gaan of mee te doen aan kerkelijke bijeenkomsten (meet-ups zou Jesse ze 40 jaar later noemen)
Ze werden zelfs op meer "christelijke tijden" gehouden. Rond 10 uur. Zelfs dát hadden ze door. 
De clerus zijn net politici, zijn net harde zakenlui.
Alles voor meer aanhangers, consumenten.

Maar wij waren niet gek. 
We hadden ontdekt dat we zelf na konden denken.
We vonden dat het MOEST!
Hoe revolutionair wil je het hebben: ZELF denken!
Kom daar nu eens om.

In de derde klas (groep 5) van de lagere school (Basisschool)
moesten we de schoolcatechismus (soort "geloven voor dummy's") uit ons hoofd leren
(zoals kleine kindermoslimmekes de koran op moeten dreunen. 
Ach christenen, het zijn ook net moslims.)

Eerste vraag in de schoolcatechismus was:
"Waartoe zijn wij op aarde?"
Antwoord:
"Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor hier en in het hiernamaals gelukkig te zijn"Of zoiets.
Ik dacht meteen: "stront aan de knikker!" (Acht jaar hè.)

Ja, de kerk
en ook de staat
want die waren wel degelijk sterk met elkaar verbonden
nu nog,
hebben heel wat problemen gehad door ons verzet
en nog.

Hoedan?
Simpel:
we stelden overal vragen over.
Niets was nog heilig. Letterlijk én figuurlijk!
Zelfkritiek, zelfreflectie, zelfkennis waren essentieel.
We wilden weten. WETEN! We namen niets meer aan.
Niks geen "zoete koek" of "brood en spelen"
Tja, en dat is voor elke religie en staat dodelijk.


Protestsongs?
Kom daar in 2017 maar eens om.
Ja, "si-so-writers" met zielig gemiep over vriendin die hem verlaat.
En dat terwijl de aarde koorts heeft, de mensen doodsbang zijn
en de oplossing...
"wat ik niet zie, dat is er niet."

Overigens
de titel "Ik zat in't verzet" klopt niet helemaal:
ik zit er nog steeds in.

RFTS




Geen opmerkingen:

Een reactie posten